Ottema-Kingma Stichting

Publicaties

De afgelopen jaren is door de OKS, soms in samenwerking met de Faculteit der Letteren van de Radboud Universiteit in Nijmegen een aantal publicaties uitgegeven. Op deze pagina vindt u hiervan een overzicht. Tevens wordt aangegeven op welke wijze u in het bezit ervan kunt komen.

Na bestelling ontvangt u een kostenopgave.
Levering van bestelde boeken geschiedt na ontvangst van de betaling.
Let op, de genoemde prijzen zijn exclusief verzendkosten.

Fries Goud en Zilver

In 2014 verscheen een uiterst volumineus zilverboek: Fries Goud en Zilver. Voor de driedelige, acht kilo zware cassette is al het van betekenis zijnde Friese goud- en zilverwerk opnieuw gefotografeerd. Deze monsteruitgave is uitgeven door Uitgeverij Bornmeer i.s.m. de Ottema-Kingma Stichting, die het initiatief tot deze publicatie nam. Een unieke uitgave die zowel gericht is op specialisten als op verzamelaars en liefhebbers.
Het is voor het eerst dat Fries goud en zilver in een totaaloverzicht wordt belicht. Opmerkelijk is dat over dit onderwerp, dat behoort tot de top van de Nederlandse edelsmeedkunst, nooit eerder een standaardwerk is verschenen. Het aantal pagina’s van Fries Goud en Zilver bedraagt in totaal 1024. De beschreven en afgebeelde objecten bevinden zich in het Fries Museum en andere binnen- en buitenlandse musea, bij overheden, kerken en in tal van particuliere collecties.
In de catalogusdelen worden 423 objecten beschreven en afgebeeld, veelal met detailfoto’s. Tevens zijn van 300 kunstvoorwerpen ter vergelijking steunafbeeldingen opgenomen. De drie delen bevatten tezamen ca. 1250 afbeeldingen in kleur.
Dit ambitieuze en omvangrijke project werd door een team van specialisten uitgevoerd, onder leiding van prof. dr. Johan ter Molen (onder meer voormalig directeur van Nationaal Museum Paleis Het Loo).
Vrijwel alle in deze uitgave gepubliceerde gouden en zilveren voorwerpen werden gefotografeerd door de op dit gebied gespecialiseerde fotograaf Tom Haartsen. Hierdoor krijgen de vele honderden afbeeldingen een zeer hoogwaardig en uniform karakter.
De uiterst fraaie vormgeving was in handen van Gert Jan Slagter, gespecialiseerd in het ontwerpen van publicaties voor culturele instellingen.

hoofdauteur:
Prof. dr. Johan R. ter Molen

medeauteurs:
drs. Hugo ter Avest
drs. Jean-Pierre van Rijen
dr. George Sanders
Jan Schipper
drs. Marlies Stoter

Fries Goud en Zilver. Johan R. ter Molen e.a.. 1024 pagina’s in drie delen, gebonden in foedraal. Uitgeverij Bornmeer. De publicatie kost € 125,- excl. verzendkosten en is te bestellen via www.bornmeer.nl of in de boekhandel. ISBN 9789056153229.

 

Wat niet weet, wat zeker deert

Het jaarlijkse OKS-symposium markeerde het einde van tien jaar voorzitterschap van mr Douwe P. de Vries. Het bestuur van de OKS heeft voor zijn voorzitter als verrassing door mr drs Antoon Ott een Album Amicorum laten samenstellen dat als afscheidscadeau werd aangeboden.
De titel van het Liber Amicorum luidt ‘Wat niet weet, wat zeker deert” en verwijst naar het belang dat Douwe de Vries hecht aan kennis. In de werkzaamheden voor de OKS stond voor hem namelijk één zaak centraal: alles draait om kennis. Het beheer van een zeer omvangrijke en diverse collectie krijgt bijvoorbeeld pas een meerwaarde als de kennis over die collectie wordt ontsloten, verruimd, gedeeld en op een goede manier wordt overgedragen aan volgende generaties.
Diverse auteurs werden benaderd, die elk op een eigen manier te maken hebben gehad met Douwe in zijn rol van voorzitter van de stichting. Ondanks de korte tijd die hen werd gegund hebben de 17 bijdragen geleid tot mooie, persoonlijke en kwalitatieve bijdragen, die tezamen een representatieve afspiegeling vormen van de diversiteit van thema’s, instellingen en mensen waarmee Douwe, en met hem de stichting, de afgelopen jaren hebben gewerkt.
Tevens is aan het eind van het boek een grote selectie van objecten opgenomen die de OKS tijdens het voorzitterschap van Douwe de Vries heeft verworven.

Wat niet weet, wat zeker deert. Liber Amicorum Douwe de Vries.
Omvang 240 pagina’s
ISBN 9789082233308

Uitgegeven door de Ottema-Kingma Stichting, Leeuwarden

Verschijningsdatum: 2 juni 2014

Samenstelling en redactie: Antoon Ott

Met bijdragen van:
Hugo ter Avest
Saskia Bak
Henk Dijkstra
Rudi Ekkart
Johan de Haan
Sytse ten Hoeve
Peter Karstkarel
Jos Koldeweij
Johan ter Molen
Lourens Oldersma
Antoon Ott
Meindert Seffinga
Jacob van Sluis
Femke Speelberg
Han Steenbruggen
Pieter Tichelaar
Jannewietske de Vries

Voor informatie om de publicatie te bestellen kunt u mailen naar info@oks.nl

Publicatie: In scène gezet. De verbinding tussen architectuur, ruimte en object in Friese interieurs

Op 8 november 2013 hield prof. dr. Johan de Haan zijn inaugurele rede, waarmee hij zijn bijzonder hoogleraarschap Toegepaste Kunsten en Kunstnijverheid vanwege de Ottema-Kingma Stichting aanvaardde.
In zijn oratie benadrukt Johan de Haan de noodzaak om in interieurhistorisch onderzoek vooral de samenhang der dingen te bestuderen. Dat kan door interieurs architectonisch te benaderen, vanuit invalshoeken als ruimte, functie en beweging. Op zo'n manier wint de interieurgeschiedenis – vanouds het domein van de kunsthistorici - methodisch aan betekenis en kan een verbinding worden gelegd met de onderzoeksmethoden van cultuur- en sociale wetenschappen.

Meubels, vazen, wandbekleding, tapijten – bij de bestudering van (historische) interieurs, verdwijnt de samenhang tussen deze verschillende voorwerpen namelijk gauw uit het zicht. Ook in musea worden bijvoorbeeld zilverwerk, klokken en vazen vaak afzonderlijk en/of in vitrines tentoongesteld. Stijlkamers zijn een uitzondering – maar is daarbij eigenlijk wel sprake van een interieur, of zijn dat meer kunsthistorische stijloefeningen?
De rede is nu in boekvorm uitgegeven. Voor informatie om de publicatie te bestellen kunt u mailen naar info@oks.nl.

Johan de Haan is sinds 1 september bijzonder hoogleraar Toegepaste Kunsten en Kunstnijverheid vanwege de Ottema-Kingma Stichting aan de Radboud Universiteit. Hij heeft als onderzoeks- en onderwijsthema gekozen voor 'het Friese interieur', met name in de zeventiende en achttiende eeuw..

 

Is het zo dat roerend cultureel erfgoed vogelvrij wordt of willen we te veel bewaren en veilig stellen? Beheerders van uiteenlopende verzamelingen worden momenteel regelmatig geconfronteerd met behoud- en verzamelproblemen, waarvan de gevolgen soms dramatisch lijken te zijn.

Het beheer van roerend historisch erfgoed is een probleem: wat moeten we bewaren, hoeveel kunnen we bewaren, wat is belangrijk voor het nageslacht en waarom?
Museale collecties worden groter, oudheidkundige genootschappen en andere instanties beheren omvangrijke verzamelingen. Anderzijds worden historische interieurs en inboedels van overheidsgebouwen door gemeentelijke herindeling functieloos en vogelvrij en komen zowel protestantse als katholieke kerken, evenals kloosters en kapellen met waardevolle inventarissen, in de problemen door steeds kleiner wordende geloofsgemeenschappen.
Dat deze trend momenteel gepaard gaat met een terugval in kennis – objectgerichte, specifieke kunst- en cultuurhistorische kennis – is ernstig. Die afname van kennis speelt bij vele musea die zich meer en meer op een ‘commerciële’ bedrijfsvoering moeten richten en nu te maken hebben met inkrimping van het aantal conservatoren. Het geldt eveneens voor adviserende overheidsinstellingen die vanwege bezuinigingen ook hun aantal medewerkers moeten verkleinen.
Beleid en kennis zijn nodig om te verzamelen en te bewaren. Behoud en bescherming van het één, betekent echter afstoting, ‘ontzameling’, van het ander: zonder kennis geen keuze.
De Ottema-Kingma Stichting (OKS) te Leeuwarden, zelf eigenaresse van een omvangrijke collectie, heeft op 2 november 2012 over deze problematiek een symposium gehouden. Op dit symposium spraken diverse specialisten, zoals prof. Sible de Blaauw, prof. Paul Schnabel en prof. Marlite Halbertsma.
Gezien de actualiteitswaarde van het onderwerp van het symposium heeft de OKS, in samenwerking met medeorganisator de Radboud Universiteit Nijmegen, de bijdragen van de sprekers gebundeld in een boek. Ook is een uitvoerige nabeschouwing toegevoegd. In totaal tien essays belichten zo vanuit geheel verschillende optiek de problematiek van het onbeheersbaar erfgoed.

Het verlies aan kennis en inhoudelijkheid bij musea ligt op de loer
Een bijzondere toevoeging is het artikel Bewust Verzamelen, zijnde een bewerking van de Rembrandtlezing die prof. dr. Rudi Ekkart op 20 november 2012 hield voor de leden van de Vereniging Rembrandt in de Lutherse Kerk in Amsterdam.
Rudi Ekkart gaat in zijn artikel in op wat in zijn ogen de horden zijn die Nederlandse musea de komende jaren moeten nemen. Ekkart benadrukt onder meer het belang van de conservator en diens wetenschappelijke kennis voor de collecties van musea.
De opname van de Rembrandtlezing in deze publicatie onderstreept de goede relatie tussen de Vereniging Rembrandt en de OKS.

Onbeheersbaar Erfgoed: zonder kennis geen keuze
Omvang 160 pagina’s
prijs € 15,- excl. verzendkosten
ISBN 9789491226052

Uitgeverij Van Til, Nijmegen

verschijningsdatum: 15 juni 2013

Met bijdragen van:

prof. dr. Sible de Blaauw
dr. Johan de Haan
mevrouw prof. dr. Marlite Halbertsma
Sytse ten Hoeve
dr. Eloy Koldeweij
prof. dr Jos Koldeweij
prof. dr. Johan ter Molen
drs. Arnoud Odding
mr. drs. Antoon Ott
prof. dr. Paul Schnabel
mr Douwe de Vries
Mevrouw mr. drs. Jannewietske de Vries
en een speciale bijdrage van prof. dr. Rudi Ekkart

Voor informatie om de publicatie te bestellen kunt u mailen naar info@oks.nl

Goud - Zilver - Oranje. Interacties van edel allooi

Op 19 november 2009 hield prof. dr Johan ter Molen zijn entreerede, waarmee hij zijn bijzonder hoogleraarschap Toegepaste Kunsten en Kunstnijverheid vanwege de Ottema-Kingma Stichting aanvaardde, aan de Faculteit der Letteren van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij ging in zijn rede in op het vele kunsthistorisch onderzoek dat de afgelopen decennia is verricht op het gebied van de edelsmeedkunst, zowel in Nederland als in verschillende andere Europese landen. De resultaten daarvan werden onder meer vastgelegd in catalogi van zilvercollecties, merkenliteratuur, biografische studies over zilversmeden en tentoonstellingspublicaties die geheel of gedeeltelijk aan dit onderwerp zijn gewijd.
Tegen deze achtergrond levert bestudering van het goud en zilver, dat in de afgelopen vijf eeuwen vervaardigd werd voor de Oranjes en de aan hen verwante Friese Nassau’s, verrassende nieuwe gezichtspunten op. Weliswaar is slechts een zeer beperkt deel bewaard gebleven van de vele duizenden sier- en gebruiksvoorwerpen, die in hun opdracht in edel metaal zijn uitgevoerd voor eigen gebruik en om als geschenk te fungeren, of die door anderen aan hen werden aangeboden. Maar juist de unieke mogelijkheid om de gegevens over deze en over inmiddels verdwenen of niet meer als zodanig herkenbare objecten te kunnen toetsen aan een uitvoerige documentatie over dit bezit, vastgelegd in inventarissen, kasboeken en andere bronnen, verschaft waardevolle informatie over makers en leveranciers, oorspronkelijke benamingen en kostprijzen, of de context waarin deze kostbaarheden ooit functioneerden. Aan de hand van een aantal voorbeelden wordt in deze uitgave de aandacht gevestigd op een boeiend en veelzijdig onderwerp, dat ook nieuwe vragen oproept en een jonge generatie kunsthistorici hopelijk tot voortzetting van het zilveronderzoek stimuleert.

Goud - Zilver - Oranje. Interacties van edel allooi. Joh.R. ter Molen. 64 pagina‘s. De publicatie kost € 15,- en is te bestellen in de boekhandel of via info@oks.nl

 

Verscheijde Constige Vindingen’ De collectie ornamentprenten van Nanne Ottema

Ter gelegenheid van de afronding van het door de Radboud Universiteit Nijmegen uitgevoerde onderzoek naar de circa 3.000 ornamentprenten in de collectie van de OKS is door prof. dr Peter Fuhring en Femke Speelberg Mphil een publicatie samengesteld, waarin een selectie van de prenten uitvoerig wordt beschreven.
De oprichter van de OKS, notaris Nanne Ottema, had grote interesse voor het historische interieur en de kunstnijverheid. De samenhang binnen de enorme verzamelingen die hij op dit gebied bijeen bracht, zou gezocht kunnen worden in de bewondering voor het ontwerp en belangstelling in de historische ontwikkeling daarvan: Hoe kwam een ontwerp tot stand, waar kwamen karakteristieke vormen vandaan en wat betekent een vorm? Deze belangstelling voor de historische ontwikkeling van het ontwerp blijkt ook uit Ottema’s verzameling van bijna 3000 ornamentprenten die enkele jaren geleden werd herontdekt. Deze prenten tonen een grote verscheidenheid aan ontwerpen en ideeën op het gebied van ornament, decoratie en vormgeving, en vormen daardoor een integraal onderdeel van zijn collectie.
De ornamentprenten van Nanne Ottema dateren uit de periode van de zestiende tot de vroege negentiende eeuw, waarbij het zwaartepunt in de zeventiende en achttiende eeuw ligt. De verzameling bestaat uit Nederlandse, maar vooral ook buitenlandse prenten die geproduceerd werden in de belangrijke culturele centra van West-Europa waaronder Antwerpen, Parijs en Augsburg.
De verzameling heeft lange tijd een slapend bestaan geleden in het depot van Keramiekmuseum Het Princessehof, maar is na de ‘herontdekking’ door de afdeling kunstgeschiedenis van de Radboud Universiteit Nijmegen bestudeerd en gedocumenteerd. Sinds eind 2009 wordt de collectie beheerd door het Fries Museum.

‘Verscheijde Constige Vindingen’ De collectie ornamentprenten van Nanne Ottema. P. Fuhring en F. Speelberg. 176 pagina’s. De publicatie kost € 25,- en is te bestellen in de boekhandel of via info@oks.nl
 

Kunstnijverheid en het Museum  

In 2007 vond in Leeuwarden de eerste Nanne Ottema Lezing plaats, gehouden door prof. dr Peter Fuhring. Thema was de plaats van kunstnijverheid in musea. Wereldwijd, en niet in de minste plaats in Nederland, worden momenteel tal van kunstmusea hernieuwd. Verbouwingen en herinrichtingen roepen allerlei vragen op ten aanzien van de functie van musea. Deze vragen worden ondermeer ingegeven door het feit dat zowel de professionele als publieke  belangstelling sterk aan het veranderen zijn. Eén van de meest besproken kwesties is hoe Kunst met een grote K (zoals schilderijen en beeldhouwwerken) zich tot de kunstnijverheid (bijvoorbeeld keramiek, meubels, glas en zilver) verhoudt. Musea worstelen met talloze vragen. Zijn Kunst en kunstnijverheid elkaars tegenpolen? Moeten Kunst en kunstnijverheid geïntegreerd of juist gescheiden van elkaar worden getoond? Moet het één esthetisch en het ander cultuurhistorisch worden benaderd en gepresenteerd? Speelt de focus op het trekken van grote bezoekersaantallen, hetgeen ten koste kan gaan van de inhoud, hierbij een rol? Het is opvallend dat de visies uiteenlopen. Zo zal de herinrichting van het Rijksmuseum een duidelijk verschil met de oude presentatie laten zien. Waar vroeger de schilderkunst en kunstnijverheid gescheiden werden getoond wordt in de herinrichting gekozen voor een gemengde opstelling van schilder- en beeldhouwkunst met topstukken kunstnijverheid. Andere musea kiezen juist uitdrukkelijk voor een strikt gescheiden presentatie. Ook voor het nieuw te bouwen Fries Museum is het onderwerp actueel. Het maken van een keuze voor de wijze van inrichten is gewaar geen gemakkelijke opgave voor dit museum, zeker als bedacht wordt dat het aantal stukken kunstnijverheid een heel groot deel vormt binnen de totale collectie. Dit betekent namelijk dat per definitie slechts een selectie kan worden getoond, hetgeen vooral smaakmakers zullen zijn. De rest van de collectie, die zich in depot bevindt, is dan ondermeer voor onderzoek raadpleegbaar via internet.

Kunstnijverheid en het Museum, P. Fuhring. 60 pagina‘s. De publicatie kost € 15,- incl. verzendkosten en is te bestellen via email (info@oks.nl) of in de boekhandel. 

 

 

Ornament, nijverheid en kunst: de geschiedenis van het ontwerp

Op 5 oktober 2006 heeft prof. dr. Peter Fuhring middels zijn intreerede het bijzonder hoogleraarschap Toegepaste Kunsten en Kunstnijverheid vanwege de Ottema-Kingma Stichting aanvaard, aan de Faculteit der Letteren van de Radboud Universiteit in Nijmegen. In zijn rede, die als publicatie is uitgegeven, ging Fuhring in op het gegeven dat mensen eeuwenlang zichzelf en de dingen in hun omgeving van ornament hebben voorzien. De vanzelfsprekende aanwezigheid van het ornament is ruim anderhalve eeuw geleden echter onder druk komen te staan. Binnen de westerse cultuur was er geen drijvende kracht meer die een voor iedereen acceptabel nieuw ornament kon creëren. Ook zijn in de voortschrijdende industrialisering steeds meer taken door de machine overgenomen die traditioneel met de hand werden uitgevoerd. Het onvermijdelijke gevolg van deze situatie waarin het ornament niet meer de rol mocht spelen van een machtig middel van etnische en culturele identiteit(en), was een zich steeds verder uitbreidend onbegrip voor het wezen van het ornament in de voorafgaande perioden.
Aan de hand van een aantal voorbeelden zette Peter Fuhring vervolgens uiteen hoe met behulp van een analyse van ornament en ontwerp een beter inzicht te verkrijgen is in ontstaan en gebruik van de rijke diversiteit van decoratieve kunsten uit het verleden.
 

Ornament, nijverheid en kunst: de geschiedenis van het ontwerp, P. Fuhring. 48 pagina‘s. De publicatie is hier als pdf beschikbaar. Helaas is de publicatie niet meer te te bestellen. 

 

De museumcollecties: een lust en een must!

Op 17 december 2005 verscheen de publicatie "De museumcollecties: een lust en een must!", naar aanleiding van het OKS-symposium "De museumcollecties: van lust tot last?", dat exact een half jaar eerder werd gehouden. In de publicatie zijn de teksten van de sprekers opgenomen, evenals twee toelichtende artikelen. Bovendien bevat het een catalogus met de aanwinsten van de OKS uit de periode 1995-2005.

Inhoud:
Jubileumtoespraak Over continuïteit R.S. Wegener Sleeswyk
Het selectieve behoud van cultureel erfgoed: de brug tussen verleden en heden H. d‘Ancona
Duurzaam en tijdelijk vereend P.A. Hecht
Museumcollecties, ongemeen en molensteen E.W. Veen
Uitleiding De museumcollecties: een lust en een must! R.S. Wegener Sleeswyk
Nabeschouwing De omgang met museale collecties: korte versus lange termijn A. Ott
Bijlage I De forumdiscussie
Bijlage II Aanwinsten 1995-2005

De museumcollecties: een lust en een must! Samenstelling en redactie: R.S. Wegener Sleeswyk, D.P. de Vries en A. Ott ISBN 90-810265-1-8 136 pagina‘s Ca. 170 afbeeldingen in kleur Afm. 52 x 72 cm Oplage 1000 stuks Prijs € 7,50 (incl. verzendkosten)De publicatie is te bestellen via info@oks.nl
 

 

De Robles atlassen: vestingbouwkundige plattegronden uit de Nederlanden en een verslag van een veldtocht in Friesland in 1572

Twee weergaloze kaartverzamelingen, met 63 plattegronden van Friese steden, dorpen en kloosters en van steden in de Zuidelijke Nederlandsen, vervaardigd aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog; zijn in 1998 in één uitgave bijeengebracht. De kaarten zijn in deze uitgave in hun originele kleuren en formaat weergegeven.
Beide kaartcollecties werden midden jaren 90 van de vorige eeuw ontdekt in archieven in Dresden (Duitsland) en Austin (Verenigde Staten). De plattegronden zijn vermoedelijk vervaardigd in opdracht van Caspar de Robles, de toenmalige stadhouder van Friesland, Groningen & Ommelanden, Drenthe en Overijssel.
De Robles atlassen bestaan uit 45 fortificatieplattegronden en 18 nieuwskaarten. De fortificatieplattegronden zijn een weergave van de vestingwerken rond steden, dorpen en een tweetal kloosters, die nu eens de werkelijkheid en dan weer plannen tot uitbreiding en versterking weergeven. De nieuwskaarten doen verslag van de strijd die Robles in 1572 voerde tegen de Geuzen in Friesland en Noordwest-Overijssel.
Beide, in deze uitgave bijeengebrachte, kaartcollecties zijn van grote cultuurhistorische waarde en een fraai voorbeeld van het tijdens de zestiende eeuw vrij algemene gebruik onder vorsten en edelen om kaartverzamelingen van steden en belangrijke militaire acties aan te leggen. Historisch zijn ze onder meer van belang vanwege de tamelijk exacte weergave van het verloop van de strijd tussen Robles en de Geuzen in Friesland. Het zijn onmisbare bronnen, die de kennis van de afgebeelde steden, dorpen en kloosters aanzienlijk vergroten.
De kaarten gaan vergezeld van een toelichting van sociaal-geograaf Meindert Schroor en kunsthistoricus Charles van den Heuvel. De auteurs werden voor deze unieke uitgave bekroond met de Acanthvsprijs, de prijs voor de beste historisch-cartografische publicatie.
De Robles atlassen zijn uitgegeven door het Ryksargyf in Leeuwarden en werden gefinancierd door de Boersma Adema Stichting en de OKS.

De Robles atlassen: vestingbouwkundige plattegronden uit de Nederlanden en een verslag van een veldtocht in Friesland in 1572, M. Schoor en Ch. Van den Heuvel. ISBN 90-804344-1-8. Beschrijving van 256 pagina’s in een apart deel en 63 kaarten. Helaas is de publicatie niet meer te te bestellen.